Deel 6 (18 december 1944 - 29 januari 1945)
Contact

LOGBOEK DEEL VI - MCMXLIV - MCMXLV

oor de tweede maal begint de moeilijkste tijd, de winter in Duitsland de dagen zijn kort, het is somber buiten, zowel als binnen. En nu de dagen weer gaan lengen, gaan de vorsten strengen…

Januari, Februari, Maart en April zijn zware maanden.

En het wordt nog steeds moeilijker, geen pakketten meer, alles raakt op; stopwol, sokken dus ook, het leven zal niet meevallen en nog vragen we ons af: hoe lang nog? …

Maar tóch zal ik proberen, ook in de komende tijd de moed erin te houden, hopende op een gelukkig en veilig weerszien, ginds in dat zo mij zo dierbare Nederland!

 

BOORMACHINE
De machine waar ik deze zomer aan gezeten heb van Za 15 Juli – Za 18 Nov.

Maandag 18 december 74e week

Om half twaalf pas opgestaan – kachel aangemaakt – ’n boterham met suiker gegeten, ’n pijp gerookt en melk gehaald.

Intussen raakt de gort aan de kook, en onder een gezellig keuveltje óp laten komen.

Het is vanmorgen niet koud, en ik voel me fit. De zoetemelkse gortpap smaakte daverend – het is intussen 1 uur en VOORALARM. Niet lang na het veilig met Jan van Luipen naar de kapper (Weidel) en dan meteen door naar de fabriek.

Vannacht aardig gewerkt, maar na half drie geen slag meer gedaan – zit zwaar te knikkebollen en half te slapen. Rot is dat.

Maar Schmidt is ‘m gesmeerd….

19 – DINSDAG

Reeds om 10 voor half zes weggelopen dus vandaag lekker vroeg naar bed.

Aufsteh’n – Halb Fünf! . . . .

 

Met deze roep maakt de “Wachspik” een hard einde aan al onze dromen, die steeds weer handelen over Holland en over thuis. Natuurlijk springen we er niet vol enthousiasme uit om naar de fabriek te snellen – maar we draaien ons lekker nog eens om, om nog even wat na te peinzen.

Ten laatste slaakt er een ’n diepe zucht en zegt zuchtend:

“Tja – we motte druit, jonges”, zucht nóg eens, en slaat de dekens terug, grijpt naar z’n kousen (of niet) terwijl hij knippert tegen het licht, dat de “Wachspik” ontstoken heeft.

Bibberend komt de een na de ander de kamer binnen slaapkamer uit, om zich half aan te kleden, dan ’n handdoek om je nek, grijp je zeep en voetje voor voetje naar het washok – het is immers nog geen vijf uur en dan is het ’s winters nog volop nacht.

Na het wassen zo vlug mogelijk (natuurlijk wéér voetje voor voetje) op de lichtspleet af die door de op een kier staande deur van de barak naar buiten valt. Het ’s Morgens duurt de

verduistering natuurlijk voort.

Dan kleden we ons verder aan, en eten een paar dikke sneden brood – als ze er tenminste zijn – met suiker – of worst – of jam of margarine – of boter  - als het er tenminste is!

Dan komen ook de morgenhelden uit het slaapvertrek – die wassen zich nooit ’s morgens. Heb ik ook een paar keer nagelaten, maar dan heb je veel meer last van de kou, dan wanneer je je fatsoenlijk wast.

Ik kam m’n haar in de spiegelende ruit, we trekken de jas aan – kraag op – en dan: “We zullen maar gaan, hè”.

We stappen de trapjes af, blindemannen de het Lager uit en terwijl we ons tot 3 groepjes van 2 sluiten, vangt de tocht aan – de lange dag is begonnen.

Pas na 500 meter ga je rechter op lopen. “Zo”, zeg je dan, “Nou nog zóveel keertjes, deze week”.

En op de fabriek tref je de andere dienst, die – blij om Feierabend” een opgewekt “môge lui” roept.

16 DECEMBER

Ja, “slaap lekker” antwoorden we dan…


POLSHORLOGE        SCHRIJFMACHINE         CAMERA        ZAKMES

ZILVEREN VULPOTLOOD       SIGARETTENKOKER          OVALE SHAGDOOS

 

 

VERSPUIT            LINOLEUMMESJES         RIF


Wel verdiende rust na zo’n nacht zonder wat te roken.

Om half twee weer opgestaan kreeg van die goeie Mook ’n doosje bladeren tabak, eet eerst ’n kliekje aardappels, en steek dan fijn ’n pijpje op. He, dat smaakt!

Dan wassen en dagboek bijwerken. Weldra weer na de fabriek.

Vergeet kast dicht te doen, dus ik moest nog terug ook!

Vannacht is de machine naast me ontzet, overigens rot gewerkt. – erg down, ondanks aardapp met vette kool i.d. kantine.

Om 3 uur schluss, kwart over vijf naar huis.

Woensdag 20 december

Alweer Mittwoch vandaag!

Om half 3 opgestaan; aardappelsoep gemaakt van ’n prakje

wil nog water chocolade maken, maar er is iemand zo vriendelijk geweest m’n beker smerig te maken.

Na het omwassen smaakt en stinkt hij nog naar geklutst ei, dus lekkere chocolade weg moeten gooien!

Roel is vandaag “ziek”, dagboek bijwerken, nog wat roken, en weg, naar die vuile rotfabriek.

Ik heb vast ‘n vlo, want de laatste dagen heb ik een jeuk – dat is ’n marteling, en je durft in het openbaar haast niet te krabben…..

Ik had vannacht niets te roken, maar zeer veel gegeten en dan is het goed.

Thuis had ik nl. ’n stevige pan aardappelsoep gekookt, en op de fabriek was het ook … aardappelensoep.

En van Marovic kreeg ik nog brood met leverworst …

Roel was vannacht krank (niet ziek maar krank, dat is hier heel wat anders!)

Vannacht ’n betere stemming dan de vorige dagen.

Donderdag 21 december

  de kortste dag –

  de winter begint –

Vanmorgen weer vroeg weg.

Liep ’n stukje met Marovic mee – en stootte nog flink m’n kop.

Maar thuisgekomen heeft Roel weer tabak gekocht, dus heerlijk slapen, tot half vier. Het is nu


WINTER

een blauwe lucht, de zon schijnt bleekjes, het is koud. Krijgen we nu meteen al de strengere vorsten?

’s Avonds maar weer aan het zapfen senken,

’s Morgens om 0.45 uur lekker 125 gr. leverworst bij de halve stoet. Bovendien hadden we vannacht weer plantentabak te roken.

Af en toe voelde ik me alleen zeer slap, en ik had wat hoofdpijn van de stoot van vanmorgen.

Om ¾5 weer aan het sauber maken, en lekker vroeg weg.

Kregen vannacht twee toelagekaarten, voor volgende week mee.

 

VAN HET FRONT IN NEDERLAND GEEN NIEUWS

Vrijdag 22 december

Eerst eens lekker maffen:

notabene tot vier uur toe, maar dat is net goed, want voorlopig zie ik het

lieve bed niet wieder.

Vannacht tamelijk goed gewerkt – de kleine Belg KG zat weer naast me. Na 3 uur al hele week geen slag meer gedaan.

Om zes uur wassen – wat omhangen; Vanavond 2x VOORALARM

Het is al:

Zaterdag 23 december

Om 7 uur naar Völke – het vriest geducht - 8˚!

Bij Völke tijdje in de bakkerij staan kijken waar we weer warm worden.

Ook meel (1 pond!) en poedersuiker gekocht, voor pannekoeken. Daarna naar Kindler, 200 gr gehakt, voor soepballen en 40 gr. leverworst en dan naar de barak.

Jaap heeft de erwtensoep al zo ongeveer klaar, met spek erin!  Alles voor de Weinachten.

Om half een, na de griesmeelpap uit het Lager, slapen tot 4 uur. Toen weer opstaan, wat eten, vlug scheren en met Klaver en Steenbergen naar de kerk, te biechten en en passant ’n pakje vloeitjes

LEVE HET LAGER! - V (ONS WASRUIM)

17 dec 1944


kopen.  Intussen Fliegeralarm. Rap naar de barak – onderwijl blaast het weer voor entwarnung en veilig.

Thuisgekomen kadetjes met leverworst eten en suikerwater drinken – dan onder het genot van ’n pijpje tabak het dagboek bijwerken. Vanavond zingen en eten – roken, praten, met z’n allen in ’n kringetje om de kachel, want de stube is niet al te warm.

En laat naar bed in fijne stemming.

Zondag 24 december

Om 7 uur al in de weer – even naar ’t latrine.

Boterham met boter en jam, en ’n sigaretje en dan weer naar bed, tot 12 uur.

Toen opstaan, het vriest 7˚, koud in de barak hoewel de kachel heel de nacht gebrand heeft. Wassen, erwtensoep eten waar je lekker warm van wordt. Dan wat roken.

De jongens gaan kaarten, en ik werk het dagboek bij.

Het is weer LUCHTALARM. We zien massa’s jagers in alle richtingen over schieten.

De zon straalt uit een heldere vrieshemel, het gras is witbevroren en nu brandt de kachel fijn, en het is hier goed.

Om half vier komt Siem met de auto terug van ’n tochtje – de andere Katholieken gaan met ‘m mee vast naar de kerk; ik schil eerst de aardappelen af voor vanavond, dan ga ik ook naar de kerk – Spek gaat met me mee, en zwamt weer als ’n oud wijf.

Maar afijn, de Mis was zeer mooi, zo ook de preek, jammer dat we achterin moesten blijven staan. Te Communie geweest.

In March tempo naar de barak terug.

De halve maan schijnt weer prachtig mistig uit z’n eerste kwartier in de stille nacht. Waarlijk Kerstmis!

KERSTMIS 1944

Toen de dagen weer langer begonnen te worde n, viel de vorst in, en met een sprong viel de temperatuur tien graden terug.

Nu vroor het, en ’s morgens waren twijgen en gras wit van de rijp, alles was klaar om het Kerstfeest aan te vangen.

In de stad, die in het dal ligt, en Göttingen heet, begonnen de klokken te luiden in welklinkende tonen, en we gingen ter kerke, waar de vele kaarsen een warm licht gaven en het orgel slepend galmde.

En terug uit de nachtmis, na het eten gingen mijn gedachten uitzwermen, in de lichtende kring van Kerstmis, en bleven steken in het nu van zestienéénenzeventig.

Ook toen keek men in een hevig geteisterde wereld uit naar de verlossende vrede – men hoopte, men bad, en ten laatste werd die wens in het nieuwe jaar vervuld – En zo hopen en bidden we opnieuw – in een zwaar geteisterde wereld – denkend aan ons zwaar getroffen Nederland, herbergende al die dierbaren en al die innig geliefden…

Johan Tijmenszoon, de vrachtrijder, ging ook

die nacht naar de Nachtmis, aan zijn hand houdende zijn kleinen Pieter.

De klokken luidden echter niet, eerstens omdat die alle gesmolten waren en dan omdat het verboden was voor Katholieke PAARSE kerken – wat geheel verboden was.

In de kerk – dat was een bouwvallige koestal, waar in één helft de dieren stonden, dampend  in de warmte kunnen blijven die de stalgeur bewaren.

Maar de kleine Pieterman vond dat juist mooi,  immers het was Kerstmis – en vader sprak: dat is de komst van Christus in de stal. En hier wás de stal en op het stro had men een kerstgroep ingericht.

Wel waren de houten beelden  primitief maar de dieren waren daar – en de herders; die waren echt, want dat waren de veeboeren die van heel de streek hadden durven komen.

De pastoor die in ’t geheim van ver gekomen was hield zijn warme woordenpreek, en kom van de indruk haast niet uitscheiden, want steeds opnieuw moest hij het zeggen: dat dit wel zijn schoonste Kerstmis was geworden, en nu was God nabij.

En Johan Tijmenszoon vond dat ook wel, hoewel hij diep in zijn hart dacht aan de verhalen van zijn vader, in de stralende Dom te kunnen galmen en zingen, de kerstliederen uit volle borst, bij wel duizend kaarsenlichtjes.

Maar ik vind dat de pastoor misschien wel gelijk had – ik heb het zelf gevoeld, dit jaar hoe een Kerstmis in zulk een bange tijd je dichterbij brengt, terug bij God.

Weldra eten Jaap en ik nu aardappelen met rodekool en vleesjus – en dan onder een gezellig praatje pannekoeken bakken voor de Kerst.

En dan met Lasscher over gedichten praten, kerst- en andere liederen zingen, en half twee eerst naar bed.

 

Maandag 25 december EERSTE KERSTDAG 75e week – 30

Om half negen kwam een stel Fransen met een bazuin rond, en wekte ons met engelenmuziek.

Toen begon het spel,  eerst wordt Stampie uit z’n bed gesleurd door Mook en Jaap, dan Janus Steenbergen, ze komen al verdacht rond de bedden van Slager, Vuijck en mij hyenaën, ik sta dus vlug op – net op tijd.

Lasscher is helemaal de klos, die wordt heel naar buiten gedragen met dekens en al, en in het gras gelegd.

Dan maken de Protestantse jongens zich vlug klaar voor de Kerk en vertrekken.

Er worden nu al aardappels gekookt – Jaap en ik hebben dat gisteravond al gedaan – en ik bak ’n eitje dat fijn smaakt.

Dan steek ik een sigaretje op, en ga het dagboek vast zover bijwerken.

Op het scheithok hebben twee man blijkbaar staan overgeven vanwege de Kerstovervloed – een bewijs van ’n vrolijke avond…

Als de jongens terugkomen van de Dienst is het juist essen holen – het is rodekool met ’n vet stukje vlees – en 3 pelkartoffels – We eten echt lekker – met chocoladegries toe.

Ik kan niets meer dan achter de

kachel zitten en een sigaret opsteken.

Om half drie klaar maken voor de kerk – nieuwe sokken aan, en op weg.

Eenvoudige Mis, snertpreek, ik heb het koud en ben slaperig.

Toch was ik ontroerd bij het zien van al die kinderen die aan moeders hand naar de kribbe kwamen kijken.

Na afloop vlug naar de barak.

Daar wat lezen in “Uit de school geklapt”, en wat tekenen, en later op de avond kijken bij de anderen die Monopoly spelen.

En dan naar bed – slapen – de eerste kerstdag is alweer voorbij.

Ik vergeet helemaal de fijne pannekoeken, met 2 eieren erin, van vanavond, met chocoladegriesmeelpudding toe, en het LUCHT VOORALARM van deze morgen!

Dinsdag 26 december TWEEDE KERSTDAG

Om half 10 worden we wakker.

Een klein vechtpartijtje tussen Vuijk en Klaver tekent de hele stemming.

Ik blijf liggen, na het gezamenlijk “uittreden” van Vuijk en Slager, en ga niet naar de kerk – het is nog kouder dan gisteren.

Mook vertelt ons later op bed nog van zijn diensttijd, we praten over zeilen en zwemmen.

Daarna suf ik nog wat weg, tot Kobus me komt roepen – eten halen – laat het nu koolsoep zijn voor onze tweede kerstdag!

Eet die met wat aardappelen. Niets geen feeststemming meer. Dagboek bijwerken.

Bah – waren we maar ’n paar jaar verder.

Maar vooruit, dat is nu eenmaal niet anders.

og is de winter niet vergangen, zij

Begint nog maar en toch gaan

reeds mijn gedachten uit naar

de lente. Vandaar dat ik nu

dit aardig Oudhollands liedeke wil

openen

 

e winter is vergangen

Ick zie des meis, virtud

Ick zie de looverkes hangen

De bloemen spruten in ’t kruyd

aan gindse groene dalen

daar ist genoeglijk zijn

daer zingt die nachtigale

alzo menig woudvolgekijn

De middag eerst wat omhangen, dan oudejaarsgedachten schrijven – terwijl zekere Piket op visite is.

Dan koolsoep eten – het is half zes en de avond begint, de tweede kerstavond, waarop het dus een jaar geleden is dat Boerie…

Ik teken in m’n dagboek ’n Jaarspagina, wat me ‘n fijne avond bezorgde.

Jammer dat Jaap en ik geen suiker meer hebben, anders konden we snel nog 150 gr gries koken, waar ik een pracht van een trek in heb.

Enfin, bijtijds naar bed, want morgen is het vroeg dag.

Woensdag 27 december

Het was vanmorgen lekker koud, en op de fabriek niet minder.

Hele morgen zitten verrekken, buiten vriest het maar door met heldere hemel.

Half een LUCHTALARM, twee uur nogmaals LUCHTALARM.

’s Avonds voor Bart v. Maanen (die weer betert) wintertekening gemaakt, en dan maar gauw slapen, ook in de barak is het rottig koud, en op die twee schaaltjes dunne wortelsoep is dat niet veel gedaan.

M’n brood is nu ook vies op; sinds lange tijd, dus dat gaat ’n lollig laatste weekje van het jaar worden….

Donderdag 28 december - Tante Ans jarig

Vanmorgen was het ’n heel stuk kouder dan gisteren.

Bovendien geen zin, maar ja, je moet, niet waar, dus dan maar gauw.

In de morgenpauze nog 2 kadetjes bij m’n laatste dunne boterhammen (die al van Jaap geleend zijn) opgegeten.

Steeltjes roken.

Vanmorgen voor zessen was het al twee maal vooralarm.

En bleek nog ’n bom te zijn gevallen bij Holtensen.

Voelde me vanmorgen verrot slap en moe, vooral omdat we ons vanmorgen de benen uit ons lijf hebben gerend – uit idee-fixe om warm te worden. Donders weinig gedaan, vandaag.

’s Avonds op weg naar huis blaast het maar weer eens LUCHTALARM; met de kool en de 3 aardappels (het: “eten”) in mijn buik aan de ren met Roel, thuis is het natuurlijk weer donker – ik heb een pracht honger – maar gauw dagboek bijwerken aardappels voor morgen schillen als het licht weer aan is, en dan van armoei maar naar bed.

Vandaag ’n beetje SNEEUW

FRONT IN NEDERLAND
Het schijnt dat de Duitsers Groningen hebben geïnundeerd door de dijken bij Delfzijl door te steken.

Vrijdag 29 december

Vanmorgen had ik namelijk de pest in bij het opstaan – maar dat zakte wel.

Om half twee ben ik de fabriek al uit, want ik moet naar het politiebureau, om me ŭmzumelden  (we zijn immers een half jaar geleden verhuisd).

Tevoren echter met Heems in den baas z’n tijd inkopen gedaan. ’s Middags was het nog TWEE MAAL VOORALARM, en ’s avonds was het TWEE MAAL LUCHTALARM, terwijl Roel ’n kaars maakt van waxine.

Het is rot koud in de barak, niettemin laat naar bed – aardapp met wortels gekookt voor morgen.

Zaterdag 30 december

Grondig uitgeslapen, pas om elf uur opgestaan.

Melk halen, kamer vegen.

Weldra essen holen: aardappelsoep met ’n wortelspoortje.

Dan met warm water uit het washok (gejat) twee hemden en ’n handdoek gewassen. Ging zeer goed,  mensen dat doe ik méér!

Nu ben ik ook door en door warm, en werk eerst opgewekt het dagboek bij.

Morgen ouwejaar, overmorgen ook Nieuwjaar en pas disd.avond weer te werken.

Dan komen de jongens v. de Boorderij G.W. ook bij ons, en ik werk weer aan Gewinde – heb ik Schmidt gevraagd.

De verdere middag in gezelligheid gesleten; ’s Avonds pannekoeken gebakken; het is nog 1 x LUCHTALARM  en ’n keertje VOORALARM. ’s Avonds smaakten de pannekoeken nog maar eens wat lekker. En nu ga ik naar bed, lekker gegeten, lekker warm gezeten, buiten sneeuwt het, alles ideaal voor een fijne duik!

Zondag 31 december OUDEJAAR

Vandaag zeer lang blijven slapen. Vuijk verteld van onze troep en onze stam. Maar de beloofde sigaretten komen pas vanavond – dus geen sigaretje op bed. Geen brood meer in de schaam’le hut. Goed besluit van het jaar!

Als het Essen holen blaast, na het LUCHTALARM opstaan – rodekool met 3 aardapp en ’n stukje vlees. Maar Jaap heeft al aardapp bij gekookt, ons gaat het om de groente.

Zelfgekookte griesmeel suiker en cacoa (met melk) toe – smaakte daverend, zo koud.

Om 4 uur met Janus Steenbergen naar de Kerk – te communie.

Na afloop even vlug bij de Herkulesbar, en dan naar de barak, aardappelpuree met veel margarine en weinig wortels koken. Smaakte fijn, terwijl het nog eens LUCHTALARM is. Kregen vanavond 20 Bregava’s. Na het alarm, gaan de jongens kaarten, Roel, Mook, Luipen, Vuijk, Siem, en ik spelen Monopoly – v. Maanen houdt de bank. Na een spannende strijd win ik.

Jammer dat ik niets meer te eten heb, dit is toch wel een der eetavonden bij uitnemendheid…. Ja, dat is inrot.

Laatste maal dagboek bijwerken dit jaar, straks gaan we een mooie nachtelijke wandeling maken tot besluit van het moeilijke jaar

MCMXLI...

 

OUDEJAARSGEDACHTEN

De mensen zeggen wel eens: een jaar duurt zo lang.

Maar de tijd, gaat snel, in ieder geval zó snel dat ik aan het einde sta, voor ik het besefte.

Een jaar van weinig weelde, van verlangen, van hoop en vrees, een jaar dat krampachtig volhouden en doorzetten, dwars door die duizenden zure appels heen.

Ik wilde een opsomming geven, een feitenbalans van dit jaar.

Tienmaal werd ik verheugd me een pakketje uit Holland.

Bij de komst der invasie was het al 55 keer luchtalarm geweest, toen heb ik maar niet verder geteld…

Op de avond van de zevenentwintigste November vielen de eerste rake bommen op Göttingen de negenentwintigste kwamen ze terug – er was aanzienlijke schade in de stad en er vielen enkele doden.

Sindsdien zetten de winkel-

ruiten bijna alle met planken dichtgespijkerd.

Maar weldra was alles verder alweer ongeveer vergeten.

Invasie, schreef ik.

Nadat er in Mei al allerlei geruchten liepen, barstte het spel de zesde Juni los in Noord-Frankrijk.

Eerst wilde ik het niet geloven maar toch was het zo;

de zestiende augustus tweede invasie in Zuid-Frankrijk en ongeveer half September werd de Nederlandse grens bereikt.

De gevechten bij Arnhem en Nijmegen met de Engelse luchtlandingstroepen, die voor deze niet goed afliepen worden een wendingspunt.

Walcheren heeft erg geleden, en nu staan de Geallieerden aan de Moerdijk en bij de Betuwe, er worden steeds meer indaties gesteld – de spoorweg staakt al maandenlang.

En stilletjesweg werden alle mannen tussen 17 en 50 jr uit Holland weggehaald, en Oostelijk van de IJssel tewerkgesteld aan graafwerkzaamheden, linies, en linies.

En weer gaat een nieuw jaar beginnen waar ik alles van hoop en verwacht.

Zeker zal het niet zo schunnig aanvangen als dit oude jaar. Maar naast hoop en verwachting staan angst en ongerustheid.

Hoe gaat het de mijnen immers?

Frans, Jan en Eddy weggesleept, Vader natuurlijk steeds thuis, Annie kreeg haar vierde, en haast geen eten… en hoe zou Moeder zich eronder houden – moeder die toch al niet veel kon hebben?

Dit alles knaagt aan mijn hart en afschuwelijke beelden rijzen soms op voor mijn verbeelding.

Dan zie ik mezelf thuiskomen, en alle illusies vernietigd worden, waar ik hier op leefde…

Zeer zwaar wordt ons land getroffen door de oorlogshandelingen van negentienvierenveertig.

En er blijft me niets anders over dan God te bidden en te smeken om uitkomst en dan mijn troost te zoeken bij die laatste strohalm van misschien is het allemaal niet waar, wie weet hoe het nog mee zal vallen, en de

gedachten aan de toekomst – front over Hilversum – veldslag in het Gooise versmoren, slechts overlatende een uitkijken naar verlossing en vrede, zo spoedig mogelijk vrede!

Oudejaarsgedachten…

k taal niet naar wijn, of oliebollen, we hebben zelf pannekoeken gebakken, en o! ik wil de gezellige huiselijke kring nog wel ontberen als er maar veiligheid en vrede over de aarde mag dalen.

Avond der goede voornemens…

Alles zal ik in het vervolg ondergaan en dulden, doen en lijden tot deze intentie.

God zal mij daartoe zeker niet de kracht onthouden!

 

WERELD IN BRAND

MCMXLIV - MCMXLV

LOGBOEK

 

DOOR

WIM

BREUKING

GÖTTINGEN

 

VAN HET JAAR ONZES HEREN

1945

DAT ONS VEEL

TRANEN ZAL BRENGEN,

DOCH WAARVAN WIJ DE

VREDE VERHOPEN.

WE BEGINNEN MET EEN SCHONE LEI AAN JANUARI

NR 29 MCMXLV


Maandag 1 januari – NIEUWJAAR

Om te tonen, hoe het met m’n Franse taal staat, wil ik het dagboek een poosje in het Frans bijhouden.

Lundi 1er janvier
LE JOUR DE L’AN

Avec Bart van Maanen je vais entendre les coups de canons qui vont annoncer de nouvel année.

A peine nous sommes dehors, si l’on tire – nous rentrons dans le baracke, en criant allez, allez – c’est l’heure, mille neuf cent quarante quatre est fini, et nous en souhaitant nos camarades un bien heureux nouvel année.

Apres que nous avons été dans tous les autres barackes ou demeurent des Hollandais c’est moi qui tient une petite causerie d’occasion et bientôt nous nous trouvons en promenade, notre promenade de nuit pour le jour de l’an.

Quel spectacle que nous avions en route !

Nous voyons plusieurs

Maandag 1 januari
DE DAG VAN JAAR

Met Bart van Maanen hoor ik de kanonschoten die het nieuwe jaar aankondigen.

Wij zijn nauwelijks buiten, als we de schoten horen - we gaan de barak weer in, schreeuwend: gaan, gaan - negentienhonderd vierenveertig is afgelopen, en we wensen onze kameraden een heel gelukkig nieuw jaar.

Nadat we in alle andere barakken zijn geweest waar Nederlanders wonen, ben ik het, die een kleine toespraak houdt en daarna maken we en wandeling, onze nachtwandeling op nieuwjaarsdag.

Wat een spektakel zien we onderweg!

Wij zien verschillende

L’HISTOIRE D’EN TROU..

Des prisonniers de guerre

– oh, c’est la guerre ! –

n’ont pas le droit de se promener dehors leur commando.

Mais ils ne sont pas fous et dan les grilles ils ont fait des trous, chaque chambre a son propre trou…

Et il  a un prisonnier français qui fréquente une femme allemande à Weende, et c’est pourquoi il s’échappe pour la visiter. Mais il retourne très tard une nuit, de sorte qu’il ne peut pas plus fermer le trou.

Naturellement le trou est découvert par le sentinel Allemand, qui le fait fermer. Fini, ces soirs de promenade ?

Oh, mais non

Fois la belle ville avec ses tours si importantes, tout comme sucrée, par la neige qui avait orné le paysage et la ville que la lune éclairait de sa lumière si magique.

Sur un petit point pittoresque dans une vallée nous nous reposions et fumions une sigarette, et alors nous recommencions a monter en route pour la tour Bismarck.

Il était un vent très froid au comble du Hainberg de sorte que nous quittions bientôt le tour Bismarck pour descendre tout en glissant et riant de plaisir et de chaleur parmi toute cette froide.

Et nous rentrions bien renforces par tout ce santé.

DE GESCHIEDENIS VAN GAT...

Krijgsgevangenen

- oh, het is de oorlog! –

hebben niet het recht om buiten hun kamp wandelen.

Maar ze zijn niet gek en ze hebben in hun hekwerken gaten gemaakt, elke kamer heeft zijn eigen gat...

Er is een Franse gevangene die regelmatig een Duitse vrouw in Weende bezoekt, en daarom ontsnapt hij elke avond door het gat om haar te bezoeken.

Op een nacht kwam hij zeer laat terug waardoor hij het gat niet kon sluiten. Natuurlijk is het gat ontdekt door the sentinel Duitser, die het gat hebben gedicht..

Afgelopen met uitstapjes?

Oh, nee hoor

keren de mooie stad met haar zo’n imposante torens, allemaal gesuikerd, door een laagje sneeuw; sneeuw die het landschap heeft versierd en de stad die magische verlicht wordt  door de maan.

Op een kleine pittoreske punt in een vallei rustten we even gehad en rookten een sigaret, en daarna beklimmen we de weg, op weg naar de Bismarck Toren.

Er stond een erg koude wind boven bij de Hainberg, dus we verlieten  de Bismarck Toren weer snel, glijdend en lachend van plezier en we kregen het warm ondanks de koude.

En we gingen door met vernieuwde krachten.

Le lendemain soir il s’use du trou de la chambre voisine, mais il est découvert pas un des camarades de cette chambre.

Et celui-ci qui doit obéir a la mère nature qui l’appelle , va déponer sa – sa merde devant le trou que l’on doit passer, le ventre sur terre ; de sorte que, quand le délinquant rentrera…

La chambre qui n’en sait rien s’est décide d’aller voler du charbon parce que les neuf pièces de charbon mauvais ne suffissent pas. Ils partent par leur trou, mais ils savaient rien du danger… Le lendemain je demande mon ami.

Bientôt, âpres avoir mangé et fumé une sigarette, nous nous endormions a environs trois heures.

A onze heures et demi je suis réveillé par l’ALERTE AERIEN, nous nous levons, mais il tombes quelques bombes dan la ville Göttingen, que nous pouvions très bien voir.

Ca c’est répété encore une fois et alors le lagerfuhrer siffle – on peut c hercher son manger (des carottes avec cinq pommes des terres, aujourd’hui) qui est de bon gout.

Pendant que Kobus et moi bouillent le Gries, il tombent encore des bombes, nous pouvions les suivre très bien, comme ces avions

De volgende avond maakte hij gebruik van het gat in de kamer van de buren, maar het werd ontdekt door een van de kameraden van deze kamer.

En hij die moest gehoorzamen aan de wetten van moeder natuur, deponeerde zijn poep recht voor het gat dat men moest passeren doorgeven, de buik naar de aarde.

Dus, wanneer de dader zal terugkeren...

Deze kamer die niets wist besloot kolen te gaan stelen omdat de negen kolenblokken niet genoeg waren..

Zij vertrokken door hun gat, maar ze wisten niets van de gevaar...

De volgende dag vroeg ik aan mijn Franse vriend

Al snel nadat we hebben gegeten en een sigaret gerookt hadden, sliepen we tot ongeveer drie uur.

Om half 12  werd ik wakker door luchtalarm, terwijl we opstonden, vielen er een paar bommen op de stad Göttingen, we  konden dat heel goed zien.

Dat heeft zicht nog een keer herhaald en vervolgens floot de lagerfuhrer – men moest eten komen halen (wortelen  met vijf aardappels, vandaag) dat erg goed smaakte.

Terwijl Kobus en ik gries kookten, vielen er nog steeds bommen, we konden het heel zien, als deze vliegtuigen

Français qui travaille a cote de moi, et que nous autre Hollandais appelons « le sculpteur » par cause de sa chevelure pourquoi il s’est changé de costume…

C’est la romantique que nous apporte une guerre, sauf les bombes le faim et tous ces autres choses désagréables.

31 décembre 1944

tournaient, comme une chasseur, fit un signe en fumée, comme les bombes se détachaient des avions a quatre moteurs.

A deux heures et demi l’alerte est fini, mais le lagerfuhrer vient nous avertir: il est défendu de sortir, ou doit se tenir préparé.

Bientôt nous devons partir a la fabrique, aux environs i est tombés quelques bombes. – aux barackes des prisonniers de guerre il est tombés deux, un Français 1) et deux sentinels allemands tués – un prisonnier Français gravement blessé.

Le baracke des Russe – ou nous avons demeuré avant

1) Mon ami Arnau!

die naast mijn werkte, en die de andere Nederlandse 'de beeldhouwer' noemen vanwege zijn lange haren waarom hij zich had omgekleed....

Het is de romantiek die ons door een oorlog sleept, ondanks de bommen, de honger en al die andere nare dingen.

31 December 1944

draaiden, als een jager, een rooksliert makend, als het bommen vielen uit het vliegtuig dat vier motoren heeft.

Om half drie was het alarm afgelopen, maar de lagerfuhrer kwam ons waarschuwen:

het is verboden om weg te gaan, we moesten alert blijven.

Spoedig moesten we vertrekken naar de fabriek, in de buurt waren een paar bommen gevallen.

-op de barakken van de krijgsgevangenen zijn twee bommen gevallen, een Fransman 1) en twee Duitsche bewakers zijn gedood - een gevangene Fransman ernstig gewond.

De Russische barak- waar wij voorheen woonden,

1) Mijn vriend Arnau

et tout-a-fait ruiné – ils doivent être évacués, le lager schutzenplatz et le lager RAW ont été damages sévèrement, on parle de beaucoup de morts russes…

Eh bien moi j’ai aide a transporter de la paille de la ferme en haut, le lavabo des femmes allemandes, ou viendront ce soir les femmes russes.

Et après, nous, Bode, Cloteman, Bordeau, Luipen et moi, avons couvert une bombe in explosée de paille – je me sens un grand héros, parce que c’est defender de s’approcher d’elle…

Enfin nous rentrons – et affreine j’ai commencer a remplir mon journal, si … voila qu’il sonne le PRÉALERTE encore !

Le lagerfuhrer ferme la lumière pendant tout ce préalert, et nous qui ont froid et qui sont assis près de la poèle et à la table avec une petite lumière de waxine, nous nous causons de toutes ces choses d’aujourd’hui.

Enfin le préalerte est fini, je vais coudre ; réparer un pantalon de Mook, et après je lis dans mon livre d’église ; je fume encore une sigarette de mégaudes ( les sigarettes sont finis déjà et après que j’ai rempli.

is volledig geruïneerd - ze moeten worden geëvacueerd, de lager schutzenplatz en het lager RAW zijn zwaar beschadigd, men spreekt van vele Russische doden...

Maar goed, ik heb kunnen helpen met stro vervoeren van de zolder van de boerderij naar het washok van de Duitse vrouwen, waar deze avond de Russische vrouwe heen gaan.

En daarna, hebben wij, Bode, Cloteman, Bourgondië, Luipen en ik, een onontplofte bom in het stro ontdekt - ik voel me een grote held, omdat het dapper is om haar te benaderen...

Tot slot gaan we terug - en vervolgens ga ik mijn dagboek bijwerken  als... het opnieuw VOORALARM blaast!

De lagerfuhrer doet het licht uit tijdens het vooralarm, en wij die het koud hebben en in de buurt van de kachel en de tafel zitten met een klein waxinepitje, doen op die manier de dingen van vandaag.

Als het vooralarm is beëindigd, ga ik naaien; een broek van Mook repareren, en daarna lees ik in mijn kerkboek;

Ik rook nog een sigaret van megaudes (de sigaretten zijn op en nadat ik

Mon journal je vais me coucher.

Depuis ce midi je n’ai que mangé une tartine que j’avais prêté de ce bon camarade van Luipen.

Oh – l’an a commencé si bien ce matin, et ce jour c’était si mauvais, et sans de manger presque du tout…

Mon Dieu, je vous prie d’accepter tout ce que je ferai pendant cet année !

PS. Pendant tout le soir il y a en des exposions de bombes retardées. Lugubre ça!

 

Mardi 2 janvier
76e SEMAINE - 31

J’ai bien dormi cette nuit, mais le matin j’ai froid.

A onze heures et demi i est encore ALERTE.

Apres une heure c’est fini, je me lève et après avoir me lavé je vais acheter une litre de Buttermilch et je bouille une belle portion de .

Apres je remplis mon journal. Le soleil n’est pas la, et toute la nature a l’air de nous envoyer encore beaucoup de neige.

Le soir Lasscher et moi partent de bonne heure parce que nous allons acheter 60 cigarettes Brevaga.

Près de Siebert nous rencontrons Stam qui a des lettres de la Hollande – pour moi aussi (daté 23/11)

Tout va bien chez moi. Je suis

mijn dagboek heb bijgewerkt, ga ik naar bed.

Deze middag at ik slechts een broodje dat ik van mijn goede kameraad van Luipen had geleend.

Oh - het jaar is vanmorgen zo goed begonnen, en op vandaag was het zo slecht, en bijna allen zonder eten...

Mijn God, ik smeek je om te accepteren wat ik doe dit jaar!

PS. Tijdens de avond zijn er explosies van bommen die verlaat afgaan. Luguber!

 

Dinsdag 2 januari
76e week - 31

Ik heb goed geslapen vannacht, maar deze ochtend heb ik het koud.

Om half twaalf was er nog ALARM.

Toen het na een uur was afgelopen, ben ik opgestaan en nadat ik me heb gewassen kocht ik een liter Buttermilch en heb ik er een deel van gekookt.

Daarna heb ik mijn dagboek bijgewerkt.

De zon schijnt niet, en heel de lucht en de lucht zitten nog vol met heel veel sneeuw.

De avond vertrekken vroeg Lasscher en ik omdat we 60 Brevaga sigaretten gaan kopen.

In de buurt van Siebert komen we Stam tegen die brieven uit Holland heeft - ook voor mij (gedateerd 23/11)

Alles gaat goed bij mij thuis. Ik ben

Le 3me attaque – 1/1
Comme nous voy-
ons les avions.

heureux.

En arrivant a la fabrique je constate que j’ai oublie mes clefs. Je prête un bleu de Jaap.

Nous allons partager les cigarettes – Lasscher lne  peut pas les retrouver : il les a perdu !

Mon Fieu, comme c’est possible !

Ce garçon la qui est plus terrible qu’un enfant, qui est vraiment fou, il perd tout ce qu’il a !

Et alors travailler la nuit sans rien a fumer…

Moi j’ai le taraudage tout comme autrefois.

Les Russes et quelques Hollandais sont venus dans la E.S.

Jeudi 3 janvier

Il ne gêle plus quand nous retournons à la baracke.

Nous dormons jusqu'à quatre heures.

Il a été encore ALERTE – mais j’ai dormi.

Le soir il n’y a pas de courant – et les femmes du réfectoire ne sont pas la –

De derde aanval – 1/1
Hoe wij de vliegtuigen zagen..

gelukkig. Bij aankomst op de fabriek merk ik dat ik mijn sleutels vergeten ben.

Ik leen een blauwe van Jaap.

We verdelen de sigaretten - Lasscher kan ze niet vinden: hij is ze verloren!

Mijn God, hoe is het mogelijk!

Deze jongen die erger is dat een kind, die echt gek is, hij verliest alles wat hij heeft!

En dus aan het werk vannacht zonder iets te roken...

Ik onttrek me zoals voorheen.

De Russen en sommige Nederlandse kwamen in de E.S.

Donderdag 3 januari

Het vriest niet meer als we naar de barak teruggaan.

We slapen tot vier uur.

Het was nog ALARM - maar ik heb geslapen.

's Nachts is er geen dienst - en de vrouwen in de eetzaal zijn er niet -

Cette nuit ALERTE (nous descendons) et PRéALERTE

Nous nous sommes servis nous-mêmes – et nous avons mangé terriblement ! Le soir il est encore ALERTE.

Mercredi 4 janvier

Venant du travail je constate que la neige est déjà presque disparu. Le soir je cherche du charbon, je me rase et alors nous partons à la fabrique. Je travaille déjà toute la semaine à ma vieille machine à tarauder.

Il y a eu ALERTE, du soir et une fois PRÉ ALERTE.

Vendredi 5 janvier

Le soir nous partons de bonne heure a la fabrique et cherchons notre karte de la semaine.

Il faut faire des affaires avec le gros Serbe Josef que nous appelons Dikkop.

A 5h30 on ferme encore la lumiere, comme Jeudi soir pour économiser du courant de force, mais a 6h je commence a tarauder avec six cigarettes.

Et j’ai fumé toute la nuit avec prudence.

Samedi 6 janvier
TROIS MAGES

Apres avoir travaille pendant quelques quarts d’heures aux machines

Deze nacht ALARM (wij schuilen) en VOORALARM

dus we bedienen onszelf - en we hebben gegeten vreselijk avond! ‘s Nacht is het nog ALARM.

Woensdag 4 januari

Als ik uit de fabriek kom merk ik dat de sneeuw bijna verdwenen is.

’s Avonds ga ik op zoek naar kolen, ik scheer me en dan vertrekken we naar de fabriek.

Ik werk al de heel week aan mijn oude machine.

Er is ’s avonds ALARM, eneenmaal VOORALARM.

Vrijdag 5 januari

‘s Avonds vertrekken we naar een fabriek en zoeken onze weekkaart.

Wij doen zaken met de grote Servische Josef die wij Dikkop noemen

Om 5:30 gaat het licht uit, net als donderdagavond om stroom te sparen, maar om 6 h onttrek ik me aan het werk met zes sigaretten.

En ik rookte de hele nacht met de nodige wijsheid.

Zaterdag 6 januari
DRIE MAGES

Nadat we een tijd aan de machines hebben gewerkt,

de Slager et de Rudolphe c’est fini pour cette semaine. Les prisonniers français partent avant l’heure parce que le pauvre Arnaux die est tué au bombardement sera enterré aujourd’hui.

Je prends une douche,  je me lave enfin les cheveux et après approviander chez Degenkolb.

Rentré à la baracke après encore avoir cherché du lait avec Koolwijk je fait la lessive – quelques essuie-mains et quelques pairs de bas, par moyen de l’eau chaud du lavabo.

Ça va très bien comme ça cependant c’est temps de manger : comme mardi et je mange à la baracke le       , et alors je me suis couché jusqu’à 7 h.

Alors il est bientôt ALERTE, nous entendons les passer. Après je remplis mon journal quotidien, et nous (- Siem, Roel et moi) allons jouer le « Monopoly « .

Après je vais faire des crêpes pour Jaap et moi, pour demain.

Alors c’est minuit

met Slager en Rudolphe, is het klaar voor deze week.

De Franse gevangenen vertrekken vroeger omdat ze de arme Arnaux die gestorven is bij het bombardement  vandaag zal worden begraven.

Ik neem een douche, ik was eindelijk mijn haar en daarna doe ik inkopen bij Degenkolb.

Terug in de barak, nadat ik nog melk heb gekocht met Koolwijk doe ik de was - een paar handdoeken en paar sokken met warm water van het washok.

Het gaat heel goed en dan is het tijd om te eten:

als dinsdag en ik eet in de barak, en daarna ging ik naar bed tot 7 uur.

Als het weldra ALARM is, gaan we toch door.

Nadat ik mijn dagboek heb bijgewerkt, spelen we (- Siem, Roel en ik) “Monopolie”.

Daarna maak ik pannenkoeken voor Jaap en mij voor morgen.

Dan is 't middernacht

et je me couche.

Dimanche 7 janvier

A neuf heures on vient réveiller Kobus qui doit travailler aujourd’hui. Je reste couché jusqu'à midi, il est naturellement ALERTE, quand je me lève.

Je mange du gries ( reste de hier) et mes six crêpes.

Je fume une cigarette, et alors je lis un peu, je répare une pipe et alors me laver et me préparer pour l’église.

J’ai été à la communion.

Rentré à la baracke (il recommence à neiger) je fais la cuisine (des pommes des terre, des haricots bruns et blancs et verts et du bacon (sur des tickets Fleischschalz).

Jacques rentre quand je finis mon travail, nous avons bien mangé ce soir.

Après je vais mettoyer toutes ces casseroles etcetera qui sont sales, et retourné je lave mes gants et bientôt c’est ALERTE. C’est Hannover.

Apres je mange quelques tartines et je voudrais bien avoir une cigarette… mais c’est fini depuis ce matin.

Je sorte que je vais me coucher vite !

en ik naar bed ga.

Zondag 7 januari

Om negen uur wordt Kobus wakker gemaakt omdat hij vandaag moet werken.

Ik bleef slapen tot de middag, het is natuurlijk ALARM, wanneer ik opsta.

Ik eet de gries (restje van gisteren) en mijn zes pannenkoeken.

Ik rook een sigaret, en dan lees ik een beetje,

Ik repareer een pijp en vervolgens was ik me en maak me klaar om naar de kerk te gaan. Ik ben te communie gegaan.

Terug naar de barack (het begon aan sneeuw) ben gaan koken (aardappels, bruine en witte en groene bonen en spek (op de bonnen Fleischschalz).

Jaap kwam binnen  toen ik klaar was met mijn werk, we hebben goed gegeten vanavond.

Daarna heb ik alle pannen en alles wat vuil was schoongemaakt,  en terugkerend mijn hand(schoen)en gewassen en weldra was het ALARM. Het is Hannover.

Nadat ik wat toast at, wilde ik wel een sigaret hebben... maar die zijn op sinds vanochtend.

Daarom ga ik snel slapen!

Front in Nederland


Alles is rustig bij ons, het is waarschijnlijk dat men op de lente wacht.


Maandag 8 januari 77e week 32

Om dezelfde reden vandaag tot minstens half een in bed gebleven.

De zon schijnt over de besneeuwde wereld als ik opsta, en me ga wassen.

Dan aardappels schillen en koken tot dikke brei, met ‘n prakje rodekool erdoor, dat Jaap gisteren meebracht. En dan dagboek bijwerken.

Volstrekt niets te roken – en dat zal nog wel eens voorkomen. Nergens zin in, ik vrat me zat, en zit nu wat te hangen. Ja, het is alles alle scheisse.

Deze week werk ik met: v. Maanen – Lasscher – Vuyk – Slager – Heems – Koolwijk – Steenbergen in de Schicht van Kapelle – mij benieuwen hoe dat dan weer zal gaan.

Roelsum begint aan een pijp koffiesurrogaat, op zoek naar ’n lekker haaltje rook.

Het wilde echter niet branden – en er zit een klerensmaak aan…

Enfin het duurt niet lang of we gaan alweer naar de fabriek: B.v.Maanen, Lasscher en ik.

We verzeilen in de Schicht van Kappelle (Bouboule): een echte bloedhond, met de con-

troleur met z’n hand tussen z’n jas  die maar kijkt en gluurt en loert, stevig geholpen door de lange magere Hans, die niets van machines weet…

Disndag 9 januari - MOEDER

Om vóór half zes zagen we echter onze kans schoon, en we waren rap geblazen, Goddank dat die nacht om is – niets te roken – want de Lagerführer had “geen tijd” om sigaretten uit te geven (de kerel rookt ze zelf op).

Opnieuw heeft het gesneeuwd, en ik heb het koud in bed.

’s Avonds echter opgewekt te werk met ’n etensketeltje vol aardappels met schelvis (hoewel geen tabak)

Vannacht stevig doorgewerkt tot ’n uur of half 3.

M’n goede vriend Mercan is weer terug uit Weende.

Woensdag 10 januari

Vanmorgen hadden we geen kans om ‘m te smeren, kwart voor zes lopen we echter brutaalweg heen, het lukt! Weer ligt er verse sneeuw, weer is ’n rotnacht om, weer heb ik koude voeten, weer is de stemming nul.

Maar gauw naar bed – we slapen goddank goed – ’s avonds op de fabriek een pakje Machorka opgeduikeld met Roel

samen.

Dies heb ik weer beter gewerkt.

Deze avond nog LUCHTALARM en in de kelder.

We krijgen op

Donderdag 11 januari

‘s Morgens geen kans om ‘m vóór de tijd te smeren. (verse sneeuw)

‘s Avonds omgebouwd op alu – M7 moeren : zeshoekig.

Ging slecht. Het begint te dooien.

Vrijdag 12 januari

Laatste keer alweer te werken, ’s avonds, na een fijne schaal erwtensoep.

Het werk vlotte vannacht heel wat beter, Lasscher werkte evenals gisteren aan de machine links van me.

Zaterdag 13 februari

’s Morgens wat treuzelen – dan inkopen, na all “Geschäften” te hebben afgehandeld. Lekkere “losse” worst (geen vel meer aan) en dan maar huis, waar de kachel maar gammel brandt.

Twee maal moet ik uit het washok wat kolen jatten, voor het wat wordt.

Om half een, na de gries lekker te bed, slapen tot half 8.

Gedurende de avond een paar sokken gestopt – reuze gaten worden reuze stoppies.

Vanmiddag nog VOORALARM

geweest.

Heel laat naar bed – na met Roel de kamer te hebben aangeveegd, echte thee gezet en samen gedronken. En dan weer eens naar bed.

Zondag 14 januari

Om 11 uur word ik wakker van VOORALARM, om 12u.30 word ik wakker van LUCHTALARM, dat duurde tot half twee –

Om 1 uur opgestaan, eten (rodekool) dan wassen (Spartaans) en scheren.

Trui repareren (knopen opzij gemaakt) terwijl Kries sigaretten verloot – ik won de hoofdprijs (een bijna hele sigaret).

Dan naar de kerk (koud) en nog even langs de Herkenkesbar. Behalve de vorst die de straten glad maakte, kwam er ook nog een enorme mist opzetten, om 10 voor 4 gedurende drie kwartier VOORALARM, thuis trui afgemaakt, aardappels gebakken, met rodekool tesamen met Jaap opgegeten, en dan weldra overhemdjes strijken. ½ 8 uur: LUCHTALARM belet me dit vlot af te maken.

We zingen gezellig; maar het alarm duurt tot 10 uur – dus wel wat te lang…

Om 11 uur is het dan andermaal LUCHTALARM, tot ’n uur of één, dus het kom wel voor vandaag.

Gauw nog twee boterhammen (v. W. Bode geleend) met margarine

en ’n pijpje tabak (ook van Bode gekregen), dagboek bijwerken, en dan maar gauw te bed, want het is al

Maandag 15 februari 78e week – 33

Januari is alweer half om, bijna.

Er zijn weer vele Nederlandse jongens hier aangekomen; o.a. ook uit Hilversum volgens jongens uit het Lager, ook die mij kennen…

Vandaag zeer lang te bed blijven liggen.

’s Avonds heeft Jaap die nog krank is aardappels gekookt, waar ik gauw soep van maak: dan eten en naar de fabriek, we zitten nu weer in onze eigen schicht.

Ik heb heel de nacht een gevoel van hoofdpijn, en een strakke kop. Toch flink gewerkt.

’s Avonds nog vooralarm, ’s middags LUCHT VOORALARM.

Dinsdag 16 januari

Om zes uur (kw. over vijf liever) zeer vroeg weggelopen, met Lasscher om half zeven al thuis rap te bed, slapen tot: 4 uur. Karnemelkse pap eten, dagboek bijwerken en weldra alweer naar de fabriek.

Vannacht was m’n machine echter zeer lui, en ik kreeg hem slechts moeilijk

vooruit.

Van Janus Lage kreeg ik een bussel zware tabak, in plaats van een half brood, dat hij 3 mnd geleden leende. Maar zo is ’t ook goed. Vannacht ’n half uurtje  LUCHTALARM  (3 bommen i.d. omgeving)

Woensdag 17 januari

Vannacht heb ik weer eens lekker gewerkt, rammelde zo maar een eind weg, af en toe een sigaret, zo bevalt het me best.

Donderdag 18 januari

Om 5 uur LUCHTALARM en in de kelder.

Duurt gelukkig niet lang, daarna vlug schoonmaken en rap naar huis, slapen!

’s Avonds was er wat nieuws: zij die niet genoeg maken, krijgen geen toelagekaart meer.

Ik kreeg hem goddank wel, maar zo waren er niet veel…

Vrijdag 19 januari

Om 1 uur LUCHTALARM – en in de kelder met de Franse KG’s.

’s Avonds laat opgestaan – en de laatste nacht van de week was weer begonnen.

Op de Wochenkarte ditmaal geen kaas meer!

Buiten valt weer verse sneeuw, de hevige storm der laatste dagen is weer geluwd – het wordt weer kouder.

Zaterdag 20 januari

’s Morgens eerst eens lekker gedoucht, ‘t

water is fijn; Bonhomme laat foto’s zien van z’n thuis.

Na afloop inkopen, thuis werkbroek wassen, hemd, handdoek trui stoppen. Dan pap koken met griesmeel, die echter aanbrandt.

De Russen zijn hun winteroffensief deze week begonnen – Warschau, Krakau en grote terreinwinst tot heden

Na de pap fijn slapen tot zes uur.

Pap eten, aardappels bakken, dagboek bijwerken. En dan vermeldt de dagorder: kousen stoppen.

En dat duurde tot ver in de morgen.

Intussen komt een kameraad van Vuyk uit Kassel.

Twintig jaren oud en een grijze streep in z’n haar.

Ong. 3 uur ’s nachts de kamer aanvegen, scheren en naar bed, dat slaapt weer veel lekkerder – vanmiddag pas opgeschud.

Zondag 21 januari

Om elf uur wakker: VOORALARM.

Sigaretje roken, weer wat slapen.

Twaalf uur opgestaan; wassen en aardapp met erwten eten, dagboek bijwerken. Intussen nog eens VOORALARM.

’s Middags voel ik me niet goed – kou – toch maar naar de kerk. Thuisgekomen probeer ik nog m’n werkbroek te repareren – ben echter te draaierig – om half zes doodziek naar bed.

Om half drie was

het nog LUCHTALARM. ’s Avonds nog eens LUCHTALARM.

Maandag 22 januari 79e week – 34

Tot half vier in bed gelegen en goed geslapen, ik ben weer lekker opgeknapt.

Rap naar de fabriek – aan de machine van de oude Fink gewerkt (14600!!!)

’s Avonds ’n half uurtje in de kelder wegens LUCHTALARM; vanmorgen was het trouwens ook al VOORALARM.

Dinsdag 23 januari

’s Morgens rap naar huis, en echt lekker geslapen tot 4 uur.

Vanaf vanavond gaan we anders werken:

nachtdienst van 7-7 en dagschicht van 9-7,

om kolen te sparen (schaars geworden).

’s Avonds eerst ’n stuk worst gehaald op W4 en W5, dan naar de cantine (de bloedhond weigert 2 porties te geven – met water verdund – veel te weinig)

Ik vergat m’n sleutels, dus moest wel terug. Scheisse!

Vannacht enorme pech (geen goede werktuigen op

die gammele rotfabriek. Het gaat slecht in dit land…

Om half 6 al schoonmaken. 7 uur met de bus naar huis.

Er komen net thuis als het licht uitgaat: stroomsparzeit alsjeblief.

In het donker naar bed. 4 uur opgestaan.

Jaap maakt net de kachel aan, verrot weinig kolen.

Siem brengt goddank wat hout.

Na m’n prakje aardappels dagboek bijwerken met jas aan, en wanten aan – ik heb bovendien pijnlijke koude voeten.

Ja, het is Krieg, en we kunnen best merken dat de Russen Silezië (kolen gebied) bedreigen.

Maar bij de Lagerführer is het bloedheet….

Enfin, vannacht weer eens niets te roken!

Laat met Koolwijk naar de fabriek – daar hoor ik van Lasscher: we gaan korter werken:

dag: 9-6 pauze 12.15 – 12.45

nacht: 6-4 pauze 11-12 omdat er geen kolen genoeg meer zijn.

Posen gevallen; Breslan bedreigd.

De andere Hollanders verlaten de afd. om 11 uur 30 omdat ze morgen in de Bordiererei GW om

2 uur moeten aanvangen in de 8-urige dienst.

Vannacht niet te veel gedaan; om 4 uur al afgezwaaid.

Zo gaat ie goed!

Woensdag 24 januari

Vandaag slecht geslapen, door al dat lawaai in de kamer.

Vannacht geen pest uitgevoerd, met Lasscher aan mijn zijde.

Donderdag 25 januari

Het sneeuwt maar door, en koud dat het is; er ligt sneeuw in de Leine, dat is verdorie nog nooit gebeurd!

Ik slaap slecht, kom er te vroeg in, en lig lang wakker.

Elk geluidje wekt me, en ’s nachts niettemin geen centje slaap. Vannacht ook weer heel weinig gedaan.

Er zal nu een soort eenheidsbrood worden gebakken, het z.g. kastenbrot, dat kolen spaart.

Het is wel heel erg gesteld met de kolensituatie, het doet ons dagelijks denken aan Holland…

Vrijdag 26 januari – achttien maanden…

Op weg naar de fabriek vonden we

toch een dot sneeuw op onze weg, wel twee decimeter dik!

Omdat het de laatste nacht is dat we bij Kapelle werken,  kunnen ze ter ere daarvan de rotmoord stikken, ik voer vannacht de bal nog niet uit!

De Russen zijn over de Oder, naderen Danzig en Breslau.

Is het nu gauw afgelopen?

Zaterdag 27 januari

’s Morgens gauw naar huis, er is wat Duitse shag voor me – vlug maffen, om 9 uur weer op – inkopen doen thuis handdoek en blauwgestreepte zondagse overhemden wassen.

Dat laatste gaat dan in de koffer  - voor het voorjaar of … voor de terugreis??

Pap eten in de cantine.

’s Middags theedoek wassen, dan met Jaap, Roel en Bartje de stad in, vloeitjes en scheermesjes kopen. Buit: 4 scheermesjes.

En verder vandaag de deur niet meer uit.

’s Avonds gezellig zitten praten met Mook en Siem over hun werk. (“Eigen Fahrten”)

’s Avonds bijtijds naar bed.

Zondag 28 januari

Lekker uitgeslapen.

Er wachtte me weer een half pakje Duitse shag – net Beka! Aardappels met vet worstjustje choc-griespudding toe, een sigaretje na – zeer verzadigd.

Intussen is het weer eens LUCHTALARM – heeft lang geduurd voordat er weer eens zover was. Het hoort zo’n beetje bij de zondag.

’s Middags voor het naar de kerk gaan is het nog een keertje VOORALARM, ’s avonds in overall, maat 40, en dan ga ik kleren repareren, weldra echter 2 ½ uur in het donker gezeten wegens LUCHTALARM.

Het is vandaag rot koud, en ik kom ’s avonds laat met twee ijskoude voeten in bed; maar m’n werkbroek is ’n stukje verlengd aan de pijpen, en de dag was welbesteed.

Maandag 29 januari

Ik word laat wakker, het is alweer LUCHTALARM. Koud – overall verder repareren, dan naar de